Hoogbegaafd kind; zege of een kwaal?

Vraag je aan een willekeurig persoon wat het betekent om hoogbegaafd te zijn dan zul je veelal horen dat dit hele slimme mensen zijn. Veel mensen zien het dan ook eigenlijk heel erg rooskleurig in. Mooi toch, als hoogbegaafd kind gaat school je makkelijk af en zul je vast een goede baan krijgen. Maar is dat wel zo? In dit artikel zullen we dit iets nuanceren en je wijzen op de problemen waarop een hoogbegaafd kind kan stuiten.

Wat is hoogbegaafdheid?

Eerst nog kort iets over de definitie hoogbegaafdheid. Wetenschappers zijn het er in het algemeen over eens dat hoogbegaafdheid inderdaad correspondeert aan intelligentie, een iq van bijvoorbeeld boven de 130. Daarbij komt vaak ook een hoge creativiteit en doelgerichtheid. Eigenlijk allemaal positief dus. Maar wetenschappers benadrukken ook dat hoogbegaafdheid niet refereert naar elk slim kind, maar naar kinderen die op een iets andere andere manier in elkaar steken. Dat wil niet zeggen minder of beter dan een ‘normaal’ kind, maar gewoon anders. Dat betekent eveneens dat een hoogbegaafd kind andere dingen nodig heeft om zich optimaal te ontplooien dan een normaal kind. En juist dit wordt wel eens verkeerd begrepen of benaderd, waardoor een hoogbegaafd kind op problemen kan stuiten.

Problemen?

Omdat hoogbegaafde kinderen vaak goed presteren hebben ze vaak weinig uitdagingen op school. Maar juist uitdagingen kunnen soms heel belangrijk zijn. Het geeft je een doel, iets om naar toe te streven. Door dit ontbreken voelen hoogbegaafde kinderen zich soms leeg, dat wil zeggen, ze ervaren weinig voldoening in hun prestaties. Daar komt bij dat hoogbegaafde kinderen vaak weinig in contact komen met gelijkgezinden, en dus daar ook geen bevredigend contact uit kunne halen. Voor de contacten die ze hebben moeten ze zich vaak aanpassen, of naar beneden praten waardoor ze soms zichzelf verliezen.  Voor meer informatie kunt u eens een kijkje nemen op Gifted People. Hier vind u informatie over de symptomen van hoogbegaafdheid, en de problemen die hoogbegaafde kinderen kunnen ervaren.

Wat is slaapapneu?

Op het moment dat je last hebt van een slaapapneu dan betekent dit dat je adem stokt tijdens je slaap voor ten minste 10 seconden. Op het moment dat deze stilstand van ademhaling per uur tien tot vijftien keer voorkomt dan heb je een slaapapneu syndroom. Op het moment dat je een slaapapneu ervaart dan betekent dit dat je geen lucht meer krijgt. Hierdoor krijg je een zuurstoftekort en stijgt het CO2 gehalte in je bloed. Op dat moment geven je hersenen je lichaam een signaal om wakker te worden. Dit gebeurt vaak onverwachts met een schok. Daarna herstelt je ademhaling zich weer en slaap je opnieuw in. Gedurende de nacht merk je er weinig van, maar overdag heb je last van vermoeidheid. Hierdoor kun je wel stellen dat een slaapapneu voor ernstige slaapproblemen zorgt. Een van de manieren om uit te zoeken of je een slaapapneu hebt is door middel van een slaaponderzoek thuis.

 

Wat moet je weten over een slaapapneu

Als je een milde vorm van een slaapapneu hebt dan gebeurt het tussen de vijf en vijftien keer per uur. Op het moment dat het tussen de vijftien en dertig keer gebeurt heb je een gemiddeld slaapapneu. Als het meer dan 30 keer voorkomt dan is er sprake van een ernstig apneu. Er zijn verschillende oorzaken waardoor je last kunt hebben van een apneu. Een obstructief slaapapneu syndroom (OSAS) komt het meeste voor. Meestal zie je dit bij mannen met een middelbare leeftijd die last hebben van zwaarlijvigheid. Doordat de tong of het zachte weefsel in de wand van de keelholte naar achteren zakt word je keelholte gedeeltelijk afgesloten en krijg je last van ademnood. Het centraal slaapapneu syndroom (CSAS) betekent dat je ademhalingsspieren geen signaal krijgen van de hersenen om te ademen. Er wordt simpelweg geen ademhalingsbeweging uitgevoerd. Je ziet dit vooral bij jonge kinderen of volwassenen die een hart of vaatziekte hebben. Daarnaast kan het ook verergeren door bepaalde medicijnen of beroertes. Ook is een mengvorm tussen beide gevallen mogelijk.

 

Hoe test je op een slaapapneu

Als er een vermoeden is dat je last hebt van een apneu dan word je in de meeste gevallen doorverwezen naar de longarts. Het wordt getest door middel van een slaaponderzoek thuis, in een slaaplaboratorium of het ziekenhuis. Dit is het polysomnografisch onderzoek. Je slaapt gedurende de nacht alleen in een kamer en een gespecialiseerde verpleegkundige houdt het onderzoek in de gaten en let erop dat alles goed verloopt. Er worden hersengolven, je hartritme, ademhalingspatronen, spierspanning, je zuurstofgehalte in je bloed en de bewegingen van je lichaam geregistreerd.