Mijn kind kan zich niet concentreren: druk, ADHD of gewoon verveeld?

Linkoverzicht voor plaatsing:

Het gesprek op school begint bijna altijd hetzelfde. “Uw kind is slim, maar het werkt niet af. Het zit te dromen, praat door de les heen, is snel afgeleid.” Als ouder ga je dan twijfelen. Is er iets aan de hand? Moeten we het laten onderzoeken? En ondertussen zie je thuis een kind dat zich urenlang kan verliezen in een boek, een bouwwerk of een spelletje op de computer. Dat past niet bij een kind dat zich niet kan concentreren.

Concentratieproblemen bij kinderen zijn een van de meest voorkomende zorgen van ouders en leerkrachten. Maar de oorzaak is lang niet altijd wat je in eerste instantie denkt.

Concentratie is geen vaste eigenschap

Ieder kind kan zich concentreren, maar niet op alles en niet altijd. Concentratie hangt af van interesse, van het niveau van de taak en van de omgeving. Een kind dat zich thuis wél lang kan focussen maar op school niet, heeft meestal geen probleem met concentreren. Het heeft een probleem met de aansluiting tussen wat het aankan en wat het krijgt aangeboden.

Dat is een belangrijk onderscheid. Wie alleen naar het gedrag in de klas kijkt, ziet een kind dat wegdroomt of juist druk is. Wie ook naar de context kijkt, ziet vaak een kind dat zich verveelt.

Verveling lijkt op onrust

Een kind dat de stof al begrijpt voordat de uitleg klaar is, heeft een keuze: stil zitten wachten of iets anders gaan doen. Sommige kinderen dromen weg. Andere gaan wiebelen, kletsen, de klas vermaken of de leerkracht corrigeren. Van buitenaf ziet dat eruit als een gebrek aan concentratie of zelfs als een aandachtsstoornis.

Maar het verschil is groot. Een kind met een aandachtsstoornis heeft ook moeite met focus als het onderwerp interessant is. Een kind dat zich verveelt, bloeit op zodra het echt wordt uitgedaagd. Het gedrag lijkt hetzelfde, de oorzaak is tegenovergesteld. Op ieku.nl wordt goed uitgelegd hoe concentratieproblemen bij kinderen die eigenlijk te weinig uitdaging krijgen, vaak ten onrechte als iets anders worden gezien.

Waar je als ouder op kunt letten

Stel jezelf deze vragen voordat je conclusies trekt:

  • Kan mijn kind zich wél concentreren op dingen die het zelf kiest? Hoe lang dan?
  • Vraagt mijn kind veel en diep door, ook over onderwerpen die niet bij zijn leeftijd horen?
  • Zegt mijn kind vaak dat school saai is, of dat het “dat al weet”?
  • Is mijn kind thuis rustiger of juist explosiever dan op school?
  • Kwam het gedrag pas toen het schoolwerk makkelijker werd, bijvoorbeeld bij herhalingsstof?

Antwoord je op de meeste van deze vragen met ja, dan is het goed om ook een andere verklaring te overwegen dan een concentratiestoornis.

Is mijn kind hoogbegaafd?

Veel ouders durven die vraag niet hardop te stellen. Het voelt aanmatigend, of je bent bang dat je je kind ergens in duwt. Toch is het een terechte vraag. Hoogbegaafde kinderen worden opvallend vaak eerst aangezien voor druk, ongeconcentreerd of dwars. Pas als iemand doorvraagt, blijkt dat het kind zich simpelweg niet aangesproken voelt door wat het krijgt aangeboden.

Wil je weten is mijn kind hoogbegaafd, kijk dan verder dan schoolresultaten. Let op de intensiteit waarmee je kind dingen beleeft, de vragen die het stelt, het rechtvaardigheidsgevoel, de gevoeligheid voor prikkels en de manier waarop het zich verhoudt tot leeftijdsgenoten. Een IQ-test kan helpen, maar het verhaal eromheen zegt vaak meer.

Wat je nu kunt doen

Ga in gesprek met school en vraag concreet naar wat er wordt aangeboden en hoe je kind daarop reageert. Vraag of er mogelijkheden zijn om te versnellen, te verdiepen of te compacten. Kijk thuis wat je kind energie geeft en geef daar ruimte aan. En zoek, als de twijfel blijft, iemand die ervaring heeft met zowel aandachtsproblemen als hoogbegaafdheid, zodat er niet te snel een etiket wordt geplakt.

Een kind dat zich niet kan concentreren is niet per definitie een kind met een probleem. Soms is het een kind dat wacht tot iemand eindelijk ziet wat het wél kan.